Tekst: Luuk Staring / Foto’s: Vereniging van Hogescholen

Het studiekeuzeproces voor havisten en vwo’ers is niet altijd makkelijk. In Nederland is het gebruikelijk om na de havo een studie op het hoger beroepsonderwijs te volgen en om na het vwo naar de universiteit te gaan. Maar niet voor iedere leerling is dat de beste keuze. Ook is het soms lastig om op 17- of 18-jarige leeftijd de keuze te maken voor een studie. Regelmatig veranderen studenten van opleiding, waardoor ze tijd en geld verliezen. Dat kan beter!

Hoe is Project Wisselstroom tot stand gekomen?
“In 2019 hebben hogescholen en universiteiten zich gezamenlijk uitgesproken om zich in te zetten voor de doorontwikkeling van het hoger onderwijs. Gezamenlijk met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben we een position paper opgesteld waarin we onze visie op de gewenste ontwikkeling op papier hebben gezet.

Een belangrijk uitgangspunt is dat hogescholen en universiteiten gelijkwaardig, maar verschillend zijn. Het hbo is meer praktijkgericht en het wo meer wetenschappelijk gericht. Niet iedere leerling weet aan het einde van de middelbare school welke opleiding goed bij hem of haar past. Daarom is er uitgesproken om een zo breed mogelijk aanbod aan keuzes beschikbaar te stellen. Hier hoort ook bij dat er goede doorstroommogelijkheden zijn. Dat betekent bijvoorbeeld goede begeleiding van overstappers tussen hbo en wo en andersom.

Een andere ambitie die is uitgesproken is dat het hbo weer aantrekkelijker moet worden voor vwo’ers. Er zijn namelijk ook voldoende vwo’ers die meer affiniteit hebben met de praktische insteek van het hbo. Dat is namelijk de plek waar de talenten van praktisch ingestelde studenten beter tot hun recht komen. Toch is het op dit moment nog steeds ongebruikelijk om als vwo’er te kiezen voor een studie op de hogeschool in plaats van de universiteit.

Kortom, het optimaliseren van de doorverwijzing en doorstroom heeft de komende jaren prioriteit. Project Wisselstroom is onderdeel van de gezamenlijke inzet van universiteiten en hogescholen om de kracht en differentiatie van het Nederlandse hoger onderwijsstelsel te versterken. Het doel is om studenten sneller dan nu en met minder uitval in de opleiding terecht laten komen die het beste aansluit bij hun talenten en ambities.”

Welke organisaties zijn betrokken bij Project Wisselstroom?
“De belangrijkste organisaties zijn de hogescholen en universiteiten. Zij gaan aan de slag om de doelen van Project Wisselstroom te verwezenlijken. Een greep uit de onderwijsinstellingen die een bijdrage leveren zijn Fontys Hogeschool, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Universiteit van Amsterdam, Wageningen University & Research, TU Delft en Universiteit Twente.   

De hogescholen en universiteiten werken gezamenlijk aan acties die specifiek in de regio nodig en mogelijk zijn. Als Vereniging Hogescholen faciliteren we, gezamenlijk met Vereniging Universiteiten van Nederland (UNL), de samenwerking en de kennisdeling van de verschillende projecten. Het is waardevol om de bevindingen van alle projecten met elkaar te delen en de vruchten van elkaars werk te plukken. 

Het ministerie van OCW heeft financiering beschikbaar gesteld voor de samenwerkingsprojecten van Project Wisselstroom. Met dit geld kunnen de ideeën en plannen worden getoetst en uitgevoerd.”

Wat is de huidige stand van zaken betreft Project Wisselstroom?
“Er zijn vorig jaar 24 pilotprojecten gestart. De rode lijn van de projecten is dat er, in verschillende vormen, wordt gewerkt aan het verbeteren van de door- en wisselstroom van leerlingen en studenten. De werkzaamheden worden in samenwerking opgepakt door universiteiten en hogescholen, maar wel op verschillende niveaus. Waarbij het ene project organisatiebreed in de betrokken onderwijsinstellingen wordt opgepakt, wordt er bij een ander project per sector of opleiding de samenwerking gezocht.

Het is waardevol dat er een groot variëteit is aan pilotprojecten. Er zijn projecten waarbij er wordt gewerkt aan het verbeteren van de voorlichting van leerlingen op het voortgezet onderwijs. Een ander project kijkt naar de mogelijkheden om studenten beter te begeleiden bij de overgang naar een andere studieplek. Ook wordt er onderzocht hoe de wisselstroom van studenten eruit kan zien in de eigen regionale context. Want welke maatregelen zijn zinvol om als onderwijsinstellingen de wisselstroom te versterken?

Het doel is om studenten sneller dan nu en met minder uitval in de opleiding terecht laten komen die het beste aansluit bij hun talenten en ambities

Sommige samenwerkingen tussen hogescholen en universiteiten zijn al flink op dreef, anderen zijn pas net begonnen. Een aantal pilotprojecten heeft ook al de eerste resultaten opgeleverd. Tijdens de kennisdelingsbijeenkomst hebben we de huidige stand van zaken betreft een aantal pilotprojecten tot ons kunnen nemen. Ook zijn er contacten gelegd tussen de kartrekkers van de verschillende projecten en zijn er afspraken gemaakt om meer informatie met elkaar uit te wisselen. Tijdens de kennisdelingsbijeenkomst van 12 december ‘23 is er een mooie basis gelegd voor een netwerk rondom Project Wisselstroom.”

Heb je een mooi voorbeeld van een pilotproject?
“De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en de Radboud Universiteit werken samen om leerlingen op het voortgezet onderwijs voor te lichten over onderwijs op het hoger beroepsonderwijs en de universiteit. Er is al voorlichtingsmateriaal ontwikkeld, zoals een routekaart en lesmateriaal voor mentoren, om leerlingen op een verbeterde wijze te laten kiezen voor een studie.

Een onderdeel van dit project is een onderzoek naar waarom vwo-leerlingen wel of niet overwegen om voor hoger beroepsonderwijs te kiezen in plaats van universitair onderwijs. De resultaten moeten we nog even afwachten, maar het geeft wel inzicht in de beweegredenen van leerlingen bij de studiekeuze.”

Wat is het resultaat van alle inspanningen tot zover?
“Voor harde uitkomsten is nog te vroeg. Het beoogde effect is dat studenten sneller dan nu en met minder uitval in de opleiding terechtkomen die het beste aansluit bij hun talenten en ambities. Dat is een langetermijneffect en dus niet binnen 1 jaar gerealiseerd. Door het grote aantal pilotprojecten omtrent de door- en wisselstroom denken we in de toekomst studenten sneller op de juiste plek terecht te laten komen.

Elk talent koppelen aan het juiste leerpad betekent ook afscheid nemen van het automatisme dat een vwo’er per se naar de universiteit moet gaan. Het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk. We kijken dus kritisch naar het studiekeuzeproces. Dat betekent dat een vwo’er stil moet staan bij de vraag: ben ik meer praktisch of meer theoretisch ingesteld? Wij pleiten voor beter kijken naar waar je talenten tot bloei kunnen komen.”

Waar ben je als voorzitter van de Vereniging Hogescholen het meest trots op betreft Project Wisselstroom?
“Ik ben er trots op dat werknemers in de hogescholen en universiteiten met veel energie aan de slag gaan om de positie van de student te verbeteren zodat eenieder sneller op de juiste plek terecht komt. Dat is knap want er zijn soms ook tegenstrijdige belangen. Op onderwijsinstellingsniveau kan er namelijk ook sprake zijn van onderlinge concurrentie. Toch kiezen we gezamenlijk voor het belang van de student.”

Vergelijkbare berichten