Schooluitval is een van de grootste uitdagingen in het mbo. De Stichting Curio Onderwijsgroep West-Brabant startte in september een nieuw project om studenten aan boord te houden. Het zijn voornamelijk vmbo-scholen en entreeopleidingen (mbo-niveau 1) die deelnemen. De eerste resultaten van deze kansklas zijn positief. Het doel: tegengaan van voortijdig schoolverlaten (vsv) en het vergroten van de sociale veiligheid binnen de scholen.
Freek Verhulst geeft met twee collega’s vorm aan een kansklas op een van de Curio-vestigingen in Breda. “Het is een intensief traject van drie maanden, waarbij we jongeren trainen op het gebied van sociale en schoolse vaardigheden. Vijf dagen in de week”, legt hij uit. “Na veel onderzoek blijkt dat een paar lesjes per week niet helpen. Het gaat om de balans tussen een toelaatbaar verlies van lestijd en de tijd die nodig is om nieuw gedrag eigen te maken. Daarom kiezen we voor drie maanden fulltime. Het programma draait om levenslessen. De problemen die de jongeren op school tegenkomen, zijn dezelfde als in hun dagelijks leven. We gaan uit van een aantal thema’s: samenwerken, communicatie, opkomen voor jezelf, motivatie, discipline en ambitie. Veel van deze conflicten zijn terug te herleiden naar een gebrekkige ontwikkeling van deze sociale vaardigheden.”
Deze kansklas werkt met tien jongeren van 13 jaar tot jongvolwassen. “Het agogische middel wat wij onder andere inzetten zijn sport- en spelelementen, in het bijzonder kickboksen”, zegt Freek. “Het had ook afwassen kunnen zijn, om maar wat te noemen, maar dat is niet stoer en sexy. In de sportlessen kijken we of ze toepassen wat ze op andere momenten leren. In alle lessen gaan we uit van ‘ervarend leren’, in hun eigen alledaagse beleving en in de straattaal die ze gewend zijn. Zo gaf ik vandaag op een ludieke manier rekenles met voorbeelden die ze in hun dagelijkse leven tegenkomen. Op die manier ervaren ze het heel anders dan een normale theorieles. In het ervarend leren maken we een vertaalslag naar hun gedrag op en rondom school. Zo kunnen we communiceren over de verschillen tussen praten op straat en praten met een leraar. De leerlingen moeten dan een top-5 van normen opstellen die hierbij belangrijk zijn. Het doel is de jongeren deelgenoot te maken van de oplossing en hen hier zelf actief over laten nadenken. In plaats van op te leggen hoe zij zich moeten gedragen.”
Van groot belang is ook het betrekken van de ouders. “We hebben hen uitgelegd dat de problemen op school, levensproblemen zijn. De kansklas moet jongeren leren hoe ze makkelijker in het leven kunnen staan. De uitdagingen die ze hebben, zie je overal in hun leven terugkomen. Daarom moeten ook de ouders aan boord zijn. De dingen die we hier oppakken, moeten ze thuis voortzetten. Onze ervaring is dat de ouders het fijn vinden om actief betrokken te zijn. Ze melden ons regelmatig dat het thuis ook goed gaat. Ons programma is zo opgebouwd dat iedereen succeservaringen kan opdoen, dit wordt ook weer teruggekoppeld naar thuis. Langzaam proberen we de negatieve spiraal rondom school te doorbreken. Ouders gaan school weer zien als een positieve partner.”
De kansklas werkt met een statussysteem. “Status is op straat heel belangrijk, dus dat passen wij ook toe. In de kansklas kun je in drie fases punten verdienen, waardoor je status in het programma stijgt. Elke met eigen verantwoordelijkheden en vrijheden. Doel is om in fasen te stijgen in status, zodat je meer vrijheid en verantwoordelijkheden krijgt en beloond wordt voor het goede gedrag. Dat zorgt voor erkenning, en dat werkt heel goed.”
Daarnaast werkt Freek met het inzetten van rolmodellen. Wat veel uitmaakt: “Mijn collega’s en ik hebben zelf ook een straatachtergrond of een achtergrond in hun kant van de hulpverlening. We zetten elementen uit die cultuur in tijdens de lessen en trainingen. De jongeren ervaren dat als een positieve bejegening, en dat is heel anders dan wat ze in hun dagelijkse leven gewend zijn. In de kansklas voelen ze zich veilig en gezien. Wat we de eerste twee maanden al aan verschil merken? Ze pikken heel veel op een goede manier op. We hebben enorm veel aan vertrouwen en loyaliteit gewonnen. Dat is de basis om op verder te bouwen.”
“Er zijn al twee jongeren naar de zwarte status en drie naar de blauwe status. Dat betekent dat zij basiscompetenties als op tijd komen, rekening houden met anderen, voorbereid zijn of op een normale manier grenzen aangeven, nu al beheersen. Hierna volgt de fase van onder begeleiding terugkeren naar school. Reële verwachtingen, concrete en duidelijke afspraken met school zijn hierbij belangrijk.”

