Het nieuwe coalitieakkoord ademt ambitie. Er wordt stevig ingezet op basisvaardigheden, gelijke kansen, mentale weerbaarheid en een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Dat zijn belangrijke thema’s. Thema’s die begeleiders in het voortgezet onderwijs en mbo dagelijks raken, en waarvoor zij al jaren verantwoordelijkheid dragen. Binnen BiOND herkennen we veel van wat in het akkoord wordt benoemd. Tegelijk weten we ook: beleid krijgt pas betekenis als het landt in de praktijk. En juist daar staat de begeleiding onder druk.
Beeld: ©Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wat stemt hoopvol
Het akkoord erkent nadrukkelijk dat jongeren verschillend zijn en verschillende routes nodig hebben. Er is ruimte voor brede brugklassen, meer tijd om talenten te ontdekken en een duidelijke waardering van het mbo als volwaardig eindstation. Ook de aandacht voor mentale weerbaarheid, het terugdringen van uitval in het mbo en betere begeleiding bij studiekeuze sluiten aan bij wat begeleiders al jaren signaleren.
Daarnaast is het positief dat er wordt ingezet op stabielere financiering van onderwijs en op het verminderen van regeldruk. Minder versnipperde subsidies en meer structurele middelen kunnen scholen helpen om duurzame keuzes te maken. Keuzes die niet elk jaar opnieuw onder druk komen te staan. Voor begeleiders betekent dit erkenning: goede begeleiding is geen extraatje, maar een randvoorwaarde voor onderwijskwaliteit en kansengelijkheid.
Kansen voor ondersteuning en LOB
Tegelijkertijd zien wij duidelijke kansen. Het akkoord stuurt sterker op studiekeuze, arbeidsmarktaansluiting en talentontwikkeling. Dat vraagt om professionele LoopbaanOntwikkeling en -Begeleiding (LOB). Niet als los project, maar als doorlopende leerlijn waarin jongeren ervaringen opdoen, leren reflecteren, kiezen en bijsturen.
Ook de nadruk op samenwerking in de regio biedt mogelijkheden. Tussen het vo, mbo, hbo, werkgevers en maatschappelijke partners. Begeleiders spelen daarin een sleutelrol. Zij verbinden perspectieven, signaleren knelpunten en helpen jongeren hun weg te vinden in een steeds complexer landschap. Als deze beweging goed wordt ondersteund, kan dit het vak van begeleiders versterken en verdiepen.
Waar we ons zorgen over maken
Het akkoord vraagt om waakzaamheid. De ambities zijn groot, maar het risico bestaat dat de uitvoering opnieuw vooral terechtkomt bij de scholen en begeleiders, zonder dat daar voldoende tijd, ruimte en deskundigheidsbevordering tegenover staan.
Meer aandacht voor mentale weerbaarheid en passend onderwijs is noodzakelijk. Maar zonder structurele investering in begeleiding en ondersteuning dreigt overbelasting. Zeker voor ondersteuningscoördinatoren en decanen die nu al werken in een spanningsveld van verwachtingen, tekorten en complexere ondersteuningsvragen.
Ook het sterker sturen op meetbare resultaten en effectiviteit vraagt om nuance. Begeleiding laat zich niet altijd vangen in korte termijn opbrengsten. Juist preventie, reflectie en relationeel werken renderen op de lange termijn. Dat vraagt om vertrouwen in de professional.
Wat dit betekent voor de praktijk
Voor begeleiders betekent dit akkoord niet dat alles verandert, maar wel dat er beweging komt. Beweging die vraagt om duiding, reflectie en gezamenlijke ontwikkeling. Drie belangrijke pijlers van BiOND. Want door kennis te bieden, professionals met elkaar te verbinden en beleid te vertalen naar de concrete praktijk zorgen we, ook in een veranderende wereld, voor sterke professionele begeleiding.
Juist in tijden van verandering en beweging is begeleiding geen sluitpost, maar een kompas. Voor jongeren die hun weg zoeken, en voor professionals die hen daarin ondersteunen. Dat is waar wij voor blijven staan. Samen met onze leden. Met oog voor de praktijk. En met vertrouwen in de kracht van goede begeleiding.

