Op veel scholen staat Loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) hoog op de agenda. Niet voor niets. In de laatste edities van de De Staat van het Onderwijs werd steeds opnieuw duidelijk hoe groot het belang is van goede begeleiding voor scholieren en studenten. Juist in een onderwijscontext die steeds complexer wordt. Tegelijkertijd is onderwijskwaliteit een breed en beladen begrip geworden, waarbij begeleiding voor veel impact kan zorgen.

In de praktijk zien we dat scholen vaak wél de ambitie hebben om LOB stevig neer te zetten, maar worstelen met de uitvoering. Er zijn mooie initiatieven, bevlogen professionals en losse projecten, maar het ontbreekt regelmatig aan samenhang en draagvlak. LOB wordt dan al snel iets van één kartrekker, een werkgroep of een enthousiaste decaan, in plaats van een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de school.
Die spanning is herkenbaar. Want LOB vraagt niet alleen om goede gesprekken met jongeren, maar ook om afstemming tussen collega’s, een gezamenlijke taal en duidelijke keuzes op beleidsniveau. Dat roept vragen op: wie is waar verantwoordelijk voor? Hoe verhoudt LOB zich tot andere onderwijsthema’s? En hoe zorg je dat beleid niet in een map verdwijnt, maar daadwerkelijk richting geeft aan de dagelijkse praktijk?

Wat we steeds vaker zien, is dat duurzame LOB begint bij het gesprek op schoolniveau. Niet alleen over het wat, maar vooral over het waarom. Waarom vinden we LOB belangrijk voor onze scholieren en studenten? Wat betekent dit voor ons onderwijs? En hoe verhoudt dit zich tot de bredere visie op kwaliteit en begeleiding? Dat gesprek voeren vraagt tijd, ruimte en soms ook een pas op de plaats.
Daarnaast blijkt samenwerken geen vanzelfsprekendheid. Samenwerken vraagt om inzicht in veranderprocessen, om realistische verwachtingen en om het erkennen dat niet iedereen hetzelfde startpunt heeft. Scholen die hier bewust bij stilstaan, merken dat LOB sterker wordt wanneer het als een gezamenlijke ontwikkelopgave wordt benaderd.
Draagvlak ontstaat daarbij niet vooraf, maar gaandeweg. Door samen te verkennen, door ervaringen te delen en door concreet te maken wat LOB kan betekenen voor de school als geheel. Scholen die hierin stappen zetten, bouwen aan een LOB-aanpak die niet afhankelijk is van individuen, maar verankerd raakt in beleid én praktijk.
Voor scholen die dit herkennen en hier concreet verder in willen groeien, helpt het om hier niet alleen over na te denken, maar er ook samen gericht aan te werken. Door ruimte te maken voor reflectie, het gesprek met het management te voeren en keuzes te vertalen naar beleid dat houvast geeft in de praktijk. Verdieping en gezamenlijke professionalisering kunnen daarbij helpen om LOB stap voor stap steviger te verankeren in de school.
In een tijd waarin de roep om kwaliteit, samenhang en betekenisvol onderwijs steeds luider klinkt, is dat geen luxe. Het is een noodzakelijke basis om jongeren goed te begeleiden bij het maken van keuzes, nu en later.

