Onlangs las ik Het uur van de wolven van Giuliano da Empoli (Amsterdam: Atlas Contact, 2025). Zo’n boek dat je aan het denken zet. Terwijl ik de boodschap van het boek aan het overdenken was, verscheen er op 11 december in het NRC een uitgebreid interview met de schrijver. Alsof iemand nog eens de spot erop zette: wat doet de opmars van AI met hoe wij naar de toekomst kijken?
Bij toekomstvragen denk ik als (voormalig) decaan vrijwel automatisch aan leerlingen die bezig zijn met hun studiekeuze. Pubers en jongvolwassenen die zoeken naar hun interesses, talenten en perspectief, terwijl de wereld om hen heen voortdurend lijkt te verschuiven. Zij moeten keuzes maken in een samenleving die zelf nog in ontwikkeling is. Precies die spanning benoemt Da Empoli: technologie verandert niet alleen wat we doen, maar ook hoe we denken over wat mogelijk is.
Volgens hem verdwijnen traditionele zekerheden. Banen, loopbanen en instituties worden vloeibaar, terwijl AI juist de suggestie van controle en voorspelbaarheid wekt. Dat is riskant omdat die schijnzekerheid het kritisch denken kan afvlakken en mensen afhankelijk maakt van systemen die ze niet volledig begrijpen. AI presenteert zich als antwoordmachine, terwijl de vragen juist complexer worden.
Wat mij vooral raakt, is dat Da Empoli technologie niet beschrijft als neutraal gereedschap, maar als een kracht die ons wereldbeeld beïnvloedt. Terwijl jongeren voortdurend lijstjes voorgeschoteld krijgen met “banen van de toekomst” of “beroepen die verdwijnen”. Alsof de toekomst al vastligt en zij alleen nog maar hoeven te tekenen bij het juiste vakje.
Zijn analyse is niet dat AI goed of slecht is, maar dat zij het speelveld fundamenteel verandert. De toekomst wordt minder planbaar, minder lineair en meer contingent. Ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar en afhankelijk van context en keuzes. Wie daarin overeind wil blijven heeft geen vast pad nodig, maar oordeelsvermogen, creativiteit en moreel besef: kwaliteiten die zich niet laten automatiseren.
De onzekerheid die jongeren ervaren over studie, werk en relaties komt dan ook niet voort uit persoonlijke zwakte, maar uit een wereld die zelf instabieler is geworden. Het psychologische effect daarvan is aanzienlijk: als de horizon beweegt, voelt elke stap minder zeker.
Daarmee is AI tegelijk kansrijk en risicovol in het studiekeuzeproces. Niet omdat AI antwoorden kan geven, maar omdat het perspectieven kan openen. Het kan helpen bij het verkennen van beroepen, het formuleren van vragen en het schetsen van scenario’s. AI verbreedt het speelveld, mits jongeren leren dat het geen kompas is, maar een gesprekspartner. Geen waarheid, maar een mogelijkheid.
En hier komt een element in beeld dat volgens mij essentieel is en dat impliciet ook in Da Empoli’s analyse besloten ligt:
Creativiteit
Creativiteit wordt vaak gezien als iets voor ‘kunstenaars’, maar in deze tijd is het een basisvaardigheid. Creativiteit is het vermogen om te improviseren wanneer het script verandert. Om nieuwe verbindingen te leggen wanneer oude oplossingen niet meer werken.
In een wereld waarin AI steeds meer routine overneemt, blijft creativiteit een van de meest menselijke kwaliteiten. Niet omdat machines het nooit zullen kunnen, maar omdat creativiteit voortkomt uit ervaring, twijfel, verbeelding en betekenisgeving. Dat is precies wat jongeren nodig hebben bij hun studiekeuze: niet een perfect plan, maar het vermogen hun eigen route te ontwerpen. Iets te bedenken wat nog niet bestaat. Te spelen met mogelijkheden in plaats van alleen te volgen wat wordt aangereikt.
Creativiteit is daarmee geen luxe, maar een kernvaardigheid in studiekeuzebegeleiding. Ze helpt jongeren niet om de toekomst te voorspellen, maar om zich ertoe te verhouden. In een contingente wereld is dat misschien wel de belangrijkste voorbereiding die onderwijs kan bieden.
Daarom zou creativiteit, net als kritisch denken, centraal moeten staan in het onderwijs. Niet als los vak, maar als houding. Iets wat je ontwikkelt door te onderzoeken, te proberen, te falen en opnieuw te beginnen. In een tijd van algoritmes is de mens die creatief durft te denken per definitie toekomstbestendig.
Jongeren hebben geen glazen bol nodig, maar ruimte. Ruimte om nieuwsgierig te zijn, te twijfelen, verkeerde afslagen te nemen en daarop te reflecteren. AI gaat een rol spelen in hun toekomst, dat is onvermijdelijk. De vraag is niet of dit jongeren bedreigt of bevrijdt, maar hoe wij kunnen voorkomen dat zij hun menselijkheid uitbesteden.
Laat AI helpen om breder te kijken, niet smaller. En laten wij eerlijk zijn: niemand weet precies hoe de toekomst eruitziet. Maar we weten wel wat jongeren nodig hebben om haar met vertrouwen tegemoet te treden: verbeeldingskracht, flexibiliteit en de moed om zelf nieuwe ideeën te maken.
Of eenvoudiger gezegd: in een wereld vol slimme machines blijft het gesprek met elkaar en de creatief denkende mens misschien wel het allerbelangrijkst.
Deze blog werd geschreven door trainer Rolf Nijman.
Rolf geeft bij de BiOND Academie de training AI en LOB.

