Waarom LOB meer vraagt dan arbeidsmarktplanning
De roep om te sturen op studiekeuze klinkt steeds luider. In een interview in Trouw pleit VVD-Kamerlid Queeny Rajkowski voor meer overheidssturing. Onder andere door het lesgeld van mbo-opleidingen in tekortsectoren te verlagen en jongeren nadrukkelijker te wijzen op baankansen. Het doel is helder: hardnekkige personeelstekorten in onder meer de zorg, techniek en bouw vragen om actie.
Kort daarna verscheen in dezelfde krant een opiniestuk van Remco Meijerink, voorzitter college van bestuur mbo-school Firda, met een fundamenteel andere toon. Daarin wordt gewaarschuwd voor een te instrumentele benadering van onderwijs. Niet alles wat maatschappelijk knelt, laat zich oplossen via het onderwijs, en zeker niet door jongeren subtiel richting bepaalde beroepen te duwen. Onderwijs, zo betoogt Meijerink, is geen lapmiddel voor onaantrekkelijke beroepen. Deze spanning raakt aan een bredere vraag die we in het onderwijs al langer herkennen: wat verwachten we eigenlijk van studiekeuze en van LoopbaanOntwikkeling en -Begeleiding (LOB)?
De verleiding van snelle oplossingen
Dat de arbeidsmarkt onder druk staat, valt moeilijk te ontkennen. Ook binnen scholen zien begeleiders dagelijks hoe onzeker jongeren kunnen zijn over hun toekomst en hoe sterk het maatschappelijke gesprek over ‘kansrijke keuzes’ doorklinkt in klaslokalen en loopbaangesprekken. In die context is het begrijpelijk dat beleidsmakers zoeken naar manieren om jongeren te bewegen richting sectoren waar de nood hoog is.
Tegelijkertijd schuilt hierin een risico. Wanneer studiekeuze vooral wordt benaderd als een economisch vraagstuk, verschuift de focus van ontwikkeling naar rendement. LOB dreigt dan een instrument te worden om jongeren te informeren over tekorten en baankansen, terwijl juist de kern van LOB ligt in iets anders. Het begeleiden van jongeren bij het ontdekken wie zij zijn, wat hen drijft en hoe zij zich willen verhouden tot de wereld om hen heen.
LOB gaat over meer dan kiezen
Binnen BiOND zien we LOB niet als een eenmalig keuzemoment, maar als een ontwikkelproces dat zich uitstrekt over meerdere jaren. Jongeren zijn geen lege vaten die je kunt vullen met arbeidsmarktinformatie in de hoop dat daar ‘logische’ keuzes uit voortkomen. Hun interesses, waarden en talenten ontwikkelen zich in wisselwerking met hun omgeving, ervaringen en begeleiding.
Minette van den Bemd, directeur van BiOND, verwoordt het als volgt: “Wanneer we studiekeuze reduceren tot een rekensom van baankansen, doen we jongeren tekort. LOB gaat niet alleen over wát je gaat doen, maar over wie je wordt. Juist door jongeren serieus te nemen in dat proces, ontstaat er ruimte voor keuzes die duurzaam zijn, voor henzelf én voor de samenleving.”
Dat perspectief sluit aan bij wat veel begeleiders in de praktijk ervaren. Jongeren die een keuze maken vanuit zelfkennis en intrinsieke motivatie, blijken vaak wendbaarder, veerkrachtiger en beter in staat om zich aan te passen aan een veranderende arbeidsmarkt. Precies die kwaliteiten zijn op de lange termijn onmisbaar voor een toekomst die razendsnel blijft veranderen.
De illusie van maakbaarheid
Het idee dat tekorten structureel zijn op te lossen door nu te sturen op instroom, veronderstelt een voorspelbaarheid die in de praktijk vrijwel niet bestaat. Arbeidsmarktvraag verandert onder invloed van technologie, beleid en maatschappelijke ontwikkelingen. Tegen de tijd dat jongeren zijn afgestudeerd, kan de vraag alweer verschoven zijn.
Daar komt bij dat jongeren hun toekomstbeeld niet pas vormen op het moment dat zij een opleiding kiezen. Hun ideeën over werk, betekenis en succes ontstaan veel eerder. Wie denkt dat prijsprikkels of aangescherpte voorlichting voldoende zijn om die diepere lagen te beïnvloeden, overschat de maakbaarheid van studiekeuze en onderschat de complexiteit van menselijke ontwikkeling.
Wat vraagt dit van LOB?
De vraag is dan niet hoe we jongeren beter kunnen sturen, maar hoe we LOB zó kunnen organiseren dat jongeren daadwerkelijk leren reflecteren op hun plek in de samenleving. Dat vraagt om:
- Vroege en doorlopende aandacht voor LOB, niet pas in de bovenbouw of bij aanmelding voor vervolgonderwijs.
- Professionele ruimte voor begeleiders om betekenisvolle gesprekken te voeren, voorbij checklists en keuzehulpen.
- Echte kennismaking met werk en maatschappij, waarin jongeren ervaringen opdoen en perspectieven verbreden zonder normerende druk.
- Samenwerking tussen onderwijs, arbeidsmarkt en beleid. Waarbij verwachtingen wederzijds worden uitgesproken, maar verantwoordelijkheid niet eenzijdig bij jongeren wordt gelegd.
Minette benadrukt daarbij dat LOB geen tegenhanger is van maatschappelijke opgaven, maar juist een voorwaarde om die opgaven serieus te adresseren. “Als we willen dat jongeren bijdragen aan sectoren die er maatschappelijk toe doen, moeten we investeren in begeleiding die hen helpt ontdekken waar zij tot hun recht komen. Dat vraagt vertrouwen, geen sturing via omwegen.”
Van sturen naar versterken
Het debat over studiekeuze raakt aan fundamentele vragen over de rol van onderwijs in onze samenleving. Willen we jongeren opleiden voor wat vandaag nodig lijkt, of begeleiden we hen bij het ontwikkelen van een stevige basis voor een onvoorspelbare toekomst? Vanuit BiOND pleiten we voor dat laatste. Niet omdat arbeidsmarktvraag er niet toe doet, maar omdat duurzame oplossingen beginnen bij sterke begeleiding.

