Dit artikel is geschreven op basis van de expertise van Yvonne Mulders, Decaan, Master SEN, docent, trainer bij BiOND en eigenaar van Zorg voor LOB.
Hoe verliep jouw eigen schoolloopbaan?
“Ik was achttien jaar docent Nederlands en Duits toen op het Beatrix College, min of meer bij mij om de hoek, een vacature voor een decaan vrijkwam. Een prachtige kans om leerlingen meer als individu te kunnen begeleiden bij het kiezen van hun profiel en vervolgopleiding. Ik werd aangesteld en ben direct een masteropleiding Special Educational Needs (SEN) gaan volgen. Nadat ik die had afgerond, heb ik me ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, zodat ik mijn expertise op het gebied van LOB ook op andere scholen kan inzetten. Vanaf dat moment ben ik ook als trainer aan BiOND verbonden.”
Was het een verstandige carrièreswitch?
“Absoluut. Inmiddels ben ik veertien jaar decaan. Ik mis het lesgeven niet. Als decaan heb ik meer vrijheden, ik kan schuiven in mijn agenda, ik reis het hele land door naar scholen die een training hebben aangevraagd. Als docent is er toch meer sprake van routine, je volgt steeds hetzelfde lesprogramma, je werkt van bel naar bel.”
Wat maakt het geven van trainingen zo leuk?
“De deelnemers komen blanco binnen en gaan met een voldaan gevoel weer naar buiten. Vaak is het maatwerk. Er zijn Christelijke scholen bij, maar ook scholen met een heel open cultuur. Ik kijk altijd naar hun visie en missie, mijn eigen oordeel daarover is niet relevant. Soms wordt me ingefluisterd dat er binnen de school weerstand tegen de training leeft. Dan denk ik: kom maar op. Met weerstand kan ik wel omgaan. Ik wil de mensen die zich sceptisch opstellen juist écht zien en horen, ik ga met ze in gesprek. En vaak veranderen ze dan van mening. Uiteindelijk vinden ze de training wel heel nuttig.”
Je komt op allerlei scholen, door heel Nederland. Hoe is het met LOB gesteld?
“De coronapandemie heeft het onderwijs en LOB veel schade aangericht. Alle fysieke activiteiten werden afgelast of online aangeboden. Dat heeft de leerlingen geen goed gedaan. Je ziet veel klachten van stress, depressie en demotivatie. Veel onderwijsvernieuwingen hebben door corona vertraging opgelopen. Die worden nu alsnog doorgevoerd, waardoor LOB op veel scholen laag op de agenda staat. De prioriteiten liggen elders. Gelukkig zijn er ook scholen waarbij het draagvlak wel groot is.”
Je bent geen voorstander van online voorlichting aan leerlingen?
“Nee, niet echt. Het is beter om zelf te ervaren hoe het op een vervolgopleiding voelt, hoe de docenten overkomen, waar je een broodje kunt kopen, hoe het er ruikt. Pas dan kun je zeggen: ‘Dit past bij me.’ Voor de LOB-trainingen geldt eigenlijk hetzelfde. Met een kleine groep die fysiek bij elkaar zit kan je veel beter verbindingen leggen en directer communiceren. Maar soms komen cursisten van Groningen tot aan Maastricht en dan is een online training natuurlijk wel handig.”
Wanneer is voor jou een training geslaagd?
“Als de deelnemers zeggen: ‘Yvonne, graag tot een volgende keer!’ Ik laat ze de dag altijd met een paar woorden afsluiten. Ze vinden de training inspirerend, ze zien de meerwaarde van de ontmoeting met collega’s. Met een aantal handvatten gaan ze naar huis. Ik raad ze aan om die niet allemaal te willen toepassen. Kies er iets uit wat bij je past, wat aansluit bij de situatie op jouw school. Ik leer zelf ook iedere keer weer bij, op elke school die ik bezoek.”
Je laat de cursisten een fragment van een film over het leven van de blinde zanger Ray Charles zien. Waarom?
“Ik vind dat fragment heel inspirerend. De jonge Ray werd door zijn moeder continu in bescherming genomen. Totdat ze het advies kreeg om hem te laten gaan. Laat hem maar – letterlijk – zijn hoofd stoten, laat hem maar tegen die betonnen paal opbotsen. Daardoor leert hij. Dat geef ik ook altijd mee aan mijn leerlingen en aan de cursisten van de trainingen: het is alleen maar goed dat de leerlingen fouten maken. Daardoor leren ze op eigen benen staan. De rol van de mentor is niet het voorkomen van problemen, het is het begeleiden van het eigen leerproces van de leerling.”
Dit artikel is geschreven voor BiOND magazine: jaargang 3, magazine 3 – Samenspel