Vijf jaar BiOND: wat hebben we bereikt, en waar gaan we naartoe?

Drie experts aan het woord over de positie van begeleiders in het onderwijs, de samenwerking die nog te winnen valt en de kansen die de komende jaren liggen te wachten.

Op 1 augustus 2021 fuseerden de NVS-NVL en de VvSL tot BiOND. Bijna vijf jaar later zit een team van experts aan tafel om terug te blikken, maar vooral vooruit te kijken. Barbara Dresen (expert LOB vo), Marleen Oudshoorn (expert leerlingondersteuning vo) en Gerben Westerhof (expert studentondersteuning mbo) werken vanuit verschillende invalshoeken aan hetzelfde doel: begeleiders in het onderwijs versterken, zodat jongeren de begeleiding krijgen die ze verdienen. Wat heeft BiOND de afgelopen vijf jaar opgebouwd? En wat heeft de toekomst in petto?

Van naam naar positie

Barbara Dresen was er van het begin bij. Vanuit haar rol in het bestuur van de VvSL maakte ze de fusie mee en verhuisde ze mee naar BiOND. Eerst als bestuurslid, nu als expert loopbaanontwikkeling en -begeleiding (LOB) voor het voortgezet onderwijs. Ze werkt aan de inhoudelijke positionering van de vereniging op landelijk niveau. Dat er iets fundamenteels veranderd is, merkt ze in de praktijk.

Waar we de afgelopen jaren hard aan hebben gewerkt, is zichtbaarheid. Mensen weten nu wie we zijn, maar meer nog: ze weten wat we vertegenwoordigen. In overleggen wordt BiOND steeds vaker als eerste aangesproken als een thema speelt dat raakt aan begeleiding in het onderwijs.

“Vroeger werd er met mij als persoon gesproken. Nu zien mensen mij als ‘BiOND’. Dat is een groot verschil. We zijn een vanzelfsprekende gesprekspartner geworden met gewicht en mandaat.”
— Barbara Dresen, expert LOB vo

Die positie vertaalt zich naar concrete invloed. Zo worden leden betrokken bij beleidsontwikkeling rondom curriculumhervormingen, waarderen organisaties als Studiekeuze123 de input van ‘onze’ decanen (bijvoorbeeld voor hun website) en wordt BiOND in landelijke overleggen steeds nadrukkelijker als gesprekspartner gezien.

Belangrijk daarin is de onafhankelijkheid. BiOND hoeft geen politieke compromissen te sluiten en is vrij om te zeggen wat het werkveld nodig heeft. Dat maakt het verschil aan tafel. Waar andere partijen soms gebonden zijn aan institutionele belangen of bestuurlijke voorzichtigheid, kan BiOND constateren wat er speelt en daar helder over zijn. Die vrijheid is geen vanzelfsprekendheid, het is een bewuste keuze en tegelijk een van de belangrijkste troeven van de vereniging.

De verbinding die nog te maken valt

Marleen Oudshoorn werkt naast haar rol bij BiOND nog steeds als ondersteuningscoördinator op een middelbare school in Schoonhoven. Ze weet hoe beperkt het werkveld kan voelen als je alleen binnen je eigen school opereert. “Elke leerling is anders. Elke dyslect is anders. Elke leerling met een lichamelijke beperking heeft andere nuances nodig. Dat is zo breed dat ik het geweldig vind om bij BiOND te kunnen werken aan het grotere perspectief.”

Maar ze noemt ook iets wat haar daarbij opvalt: decanen en ondersteuningscoördinatoren werken nog te vaak langs elkaar heen. Op de meeste scholen is er onvoldoende overleg tussen die twee. Contact ontstaat pas als er een concreet probleem is. Terwijl juist de combinatie van beide perspectieven, loopbaanontwikkeling en -begeleiding én leerlingondersteuning, zo veel meer kan bieden dan elk afzonderlijk.

“We moeten vaker een leerling die (mogelijk) vastloopt, samen in het midden leggen. Van alle kanten belichten wat er speelt. Nu is dat contact te vaak vraaggestuurd, terwijl de winst in de korte lijntjes zit.”
— Marleen Oudshoorn, expert leerlingondersteuning vo

Dat is precies de ambitie die Marleen meeneemt in haar werk: ondersteuning niet zien als een eiland, maar als een schakel waarmee de basiskwaliteit in een school vergroot kan worden. De basisondersteuning wordt daarbij goed vormgegeven vanuit een samenwerking tussen leerling, docent, ouders en het ondersteuningsteam. Initiatieven als Inclusief onderwijs 2035, de beroepsstandaard voor zorgcoördinatoren die in ontwikkeling is en de samenwerking met verschillende netwerken zijn bouwstenen die al zijn gelegd voor een sterkere positie.

De urgentie is er. Scholen worden steeds inclusiever, dat is de richting waar het onderwijs naartoe beweegt. Dat vraagt om professionals die elkaar weten te vinden, die samen optrekken en die vanuit mogelijkheden werken aan de kwaliteit van de school. Niet wachten tot het schuurt, maar juist eerder het gesprek voeren. “Het gaat erom dat je elkaar opzoekt en samen verantwoordelijkheid neemt,” zegt Marleen. “Binnen én buiten de school, met collega’s en partners om je heen. Zo bouw je stap voor stap aan sterke ondersteuning.”

Het mbo: integraal of gefragmenteerd

Gerben Westerhof houdt zich intensief bezig met een vraag die makkelijker klinkt dan het is: wie is eigenlijk die gespecialiseerde begeleider in het mbo, en wat heeft het mbo nodig van BiOND? Rollen zijn in het mbo soms apart uitgesplitst, of juist volledig gebundeld in een studentensuccescentrum. De kunst, zo ziet Gerben het, is om het integraal te maken.

“Loopbaanontwikkeling en -begeleiding als rode draad door het curriculum. Niet als los vak of apart gesprek, maar verweven in alles. Zeker in de stage (beroepspraktijkvorming) die studenten lopen. Daar valt nog veel winst te behalen.”
— Gerben Westerhof, expert studentondersteuning mbo

Want juist tijdens de stage valt er zo veel te winnen of te verliezen. Studenten raken gemotiveerd omdat ze eindelijk zien waarvoor ze leren. Of ze haken volledig af. En dat cruciale moment wordt nog te weinig benut als bewustwordingsmoment in de loopbaanontwikkeling van de student.

Gerben wijst ook op iets wat vaak onderbelicht blijft: de invloed van de omgeving op studiekeuze. School speelt een rol, maar familie en vrienden hebben doorgaans meer gewicht. Sociale verwachtingen – van de buurt, van thuis, van de gemeenschap – bepalen mee wat een student als een ‘goede keuze’ ervaart. Dat maakt loopbaanbegeleiding in het mbo complex. Je begeleidt niet alleen een student, je krijgt ook te maken met een omgeving die misschien een heel ander beeld heeft van wat mogelijk of wenselijk is.

“Je kunt in een LOB-gesprek heel goed werk doen, maar als thuis een ander verhaal klinkt, dan wint dat verhaal. Hoe maak je het hele leven van die student inzichtelijk in de begeleiding? Dat is de echte uitdaging.”
— Gerben Westerhof, expert studentondersteuning mbo

Gerben ziet tegelijk de kansen die de komende jaren bieden. De werkagenda kansengelijkheid, doorstroom en inclusie loopt door tot 2027. Er is groeiende behoefte aan overlegstructuren, zoals de nieuwe aansluiting vmbo-mbo, een overleg dat er verrassend genoeg nog amper was. Juist in dit soort overleggen ontstaat de verbinding met wat er in de praktijk leeft.

De volgende vijf jaar

Wat de drie experts gemeen hebben, is een gedeeld verlangen: dat begeleiding niet langer als bijzaak of ondersteunend wordt gezien, maar als kern van goed onderwijs. Dat een decaan én een ondersteuningscoördinator samen aan tafel zitten als er zorgen zijn rondom een leerling. Dat een mbo-student begeleiding krijgt die de gehele persoonlijke ontwikkeling omvat, niet alleen de studievoortgang. Dat er geen hiërarchie is tussen de verschillende onderwijsniveaus en doorstroomroutes, maar dat elke keuze een passende keuze kan zijn.

Dat klinkt voor begeleiders misschien als vanzelfsprekend. Maar in de praktijk zijn er nog veel drempels: taal die de hiërarchie in stand houdt, overlegstructuren die nog ontbreken, verwachtingen van buitenaf die te zwaar wegen. Daar ligt werk. Voor begeleiders op school, maar ook voor BiOND als vereniging die dat werk ondersteunt, zichtbaar maakt en op landelijk niveau bespreekbaar houdt.

“We moeten het woord ‘afstromen’ uit ons vocabulaire schrappen. En steeds opnieuw bijsturen bij de opmerking ‘foute keuze’. Want een foute keuze bestaat niet. Keuzes maak je met de kennis van dat moment en kunnen later opnieuw richting krijgen.”
— Barbara Dresen

“Hoge verwachtingen moet je hebben bij elke leerling, wat diegene ook heeft of meebrengt. Altijd vanuit wat er wél kan, in plaats van wat er niet kan.”
— Marleen Oudshoorn

“We moeten jongeren helpen hun vaardigheden te zien als iets overdraagbaars. Zodat ze bij een andere opleiding of op de arbeidsmarkt kunnen zeggen: dit kan ik.”
— Gerben Westerhof

BiOND is vijf jaar oud. De positie is versterkt, de netwerken zijn gelegd en de ambitie is helder. De komende vijf jaar blijven we bouwen op de verbindingen die er al zijn, en op de samenwerkingen die nog gemaakt worden. Met drie experts die elk vanuit hun eigen werkveld bijdragen aan hetzelfde doel: jongeren die de begeleiding krijgen die ze verdienen.

Vergelijkbare berichten