Onze identiteit en ontwikkeling is ‘under construction’

Tekst: Marinka Kuijpers, foto: Hetty van Ooijen

Hoe (goed) bereidt het onderwijs jongeren voor op de toekomst? Als een ander soort werknemer nodig in de toekomst dan nu het geval is, moeten we ons in het onderwijs nu bezinnen wat daarvoor nodig is.. Onlangs vroeg ik mij af of ZQ het nieuwe IQ is. Dit ZQ (zelfsturingsquotiënt) is de mate waarin mensen in staat zijn tot zelfsturing vanuit persoonlijke waarden om bij te dragen aan hun omgeving.

Omdat in Nederland een verschuiving plaatsvindt van kennissamenleving naar zelfsturingssamenleving zou de economische groei minder afhangen van kennis, maar meer van iemands mogelijkheden om zichzelf te ontwikkelen in relatie tot de ontwikkelingen in werk. We zien dit op nationaal niveau terug in de aandacht voor eigen regie in het debat over leven lang ontwikkelen (Sociaal Economische Raad, 2019). Om dit te bereiken moeten we ons bezig houden met wie we zijn, welke plaats we innemen en welke keuzemogelijkheden we hebben in een steeds complexer wordende omgeving. Identiteitscrises, keuzestress, uitval uit leer- en werksituaties zijn de nadelige gevolgen hiervan. Voor zelfvertrouwen en zekerheid in een onzekere omgeving is zelfsturing van belang.

Voor zelfvertrouwen en zekerheid in een onzekere omgeving is zelfsturing van belang

Als we kijken naar de tijd, professionaliteit en prioriteit van LOB in het onderwijs, is de vraag in hoeverre jongeren zelfsturend leren zijn. Dat heeft mijn inziens een aantal factoren.

Ten eerste krijgen jongeren in het huidige onderwijs veelal te horen dat ze in hun loopbaan moeten gaan doen wat ze leuk vinden. Echter, het curriculum en de begeleiding bieden weinig mogelijkheden om dat te ontdekken. Het gaat eerder om wat hen leuk lijkt op basis van associaties dan dat ze een zelf- en werkbeeld ontwikkelen. Bovendien gaat zelfsturing niet alleen om waar je zelf zin in hebt, maar ook dat je zinvol bent voor je omgeving. Als je zelfsturing ziet als een balans tussen vrijheid, verantwoordelijkheid en verbinding, dan krijgen jongeren alle vrijheid in het maken van keuzes maar is er nog wat te leren op het nemen van verantwoordelijkheid en het maken van verbinding. De focus van de begeleiding moet zich verleggen van ‘ego’ naar ‘eco’.

Eco staat voor ecologisch en niet economisch. Als jongeren massaal naar beroepen en banen worden geleid waar nu veel werk in is, brengt dat risico’s met zich mee. Als het beroep niet past bij waar jongeren zich voor willen en kunnen inzetten, vallen zij uit in het leer- of arbeidsproces en zijn er nog minder mensen die het werk kunnen doen op een toch al krappe arbeidsmarkt. Bovendien waar nu veel werk is, is dat niet perse het werk dat gedaan moet worden in de toekomst. Hebben jongeren geleerd om zich te ontwikkelen als werk verandert? Mensen moeten zich staande zien te houden en in beweging komen in een bewegende omgeving om succesvol mee te kunnen doen in de samenleving. Jongeren laten oefenen in het zelfsturend zijn is mijns inziens zinvoller dan de aandacht te richten op een specifiek keuzemoment in hun loopbaan.

Ten tweede beschouwen veel managers en leraren LOB (loopbaanontwikkeling en -begeleiding) op school als een vak en hulp bij het maken van keuze voor een vervolgopleiding en houden vooral de decaan op school verantwoordelijk voor de kwaliteit hiervan. Echter, het ontwikkelen van loopbaancompetenties, onderdeel van exameneisen, gaat om zelfsturend zijn in de eigen ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Daarvoor moeten jongeren kunnen experimenteren, oefenen met regie nemen en leren bijdragen aan doelen van (mensen in) je omgeving vanuit hun eigen motieven en kwaliteiten. Dat vergt een andere begeleiding van leraren tijdens hun les, het vormgeven van een curriculum en ondersteuning van het management dan in traditioneel aanbodgericht onderwijs het geval is. Het vergt tijd, professionaliteit en prioriteit. Is dat er voldoende in elke school of worden alleen jongeren in scholen die LOB inzetten vanuit een zelfsturingsperspectief voorbereid op een onzekere toekomst?

Het gaat erom wat jij als leraar, begeleider of manager hebt gedaan om de zelfsturing van jongeren te vergroten

Aandacht voor ZQ biedt kansen. Niet alle jongeren hebben evenveel kansen op de arbeidsmarkt. Zeker, het IQ is bepalend voor kansen, maar in een dynamische samenleving bepaalt ook de mate van zelfsturing je kansen. Het ZQ is beter te ontwikkelen dan het IQ. Jongeren die zelf stappen durven nemen, kunnen doorzetten, onderzoekend zijn en een netwerk kunnen opbouwen, hebben meer kans. Alle leerlingen kunnen hierin iets leren ongeacht hun IQ. Een ondersteunende en stimulerende omgeving kan het ZQ verhogen. Als het gaat om LOB is de vraag dus niet of de leerling al een keuze heeft gemaakt, maar wat jij als leraar, begeleider of manager vandaag hebt gedaan om de zelfsturing van jongeren te vergroten.

Over de auteur
Prof. dr. Marinka Kuijpers is bijzonder hoogleraar Leeromgeving en leerloopbanen aan de Open Universiteit en is directeur van het trainings- en adviesbureau Loopbaangroep.
Zie ook www.leerloopbanen.nl en www.loopbaangroep.nl.

Vergelijkbare berichten